• Motorrijden
  • Veilig motorrijden: tips & informatie

    weg

    Motorrijden is een ontzettend leuke hobby, maar wel erg gevaarlijk. Motorrijden is 18 keer gevaarlijker dan met de auto rijden. Dat is echter geen reden om van motorrijden af te zien. Je kunt namelijk zelf je veiligheid drastisch verhogen. Genoeg om motorrijden bijna net zo veilig te maken als autorijden. Het belangrijkste is dat je beseft dat je erg kwetsbaar bent en anderen je vaak slecht zien. Daarom kun je je beter een paar vooroordelen eigen maken. Het hebben van vooroordelen is meestal geen goede eigenschap, maar voor motorrijden is dat wel zeker een goede eigenschap. Je moet er namelijk vanuit gaan dat alles en iedereen op de weg niet kan rijden en op elk moment gekke dingen kan doen. Je moet je rijstijl hierop aanpassen, zodat je op elke situatie juist kan handelen. Zo zorg je ervoor dat je zo veilig mogelijk kan rijden.

    In Nederland is de motoropleiding best wel goed. Je wordt goed voorbereid, maar het kan beter. Uiteraard leer je veel van veel motorrijden, hierdoor krijg je ervaring, maar het is ook niet verkeerd om extra motorrijcursussen te nemen. Er zijn verschillende van deze extra opleidingen. Sommigen zijn toegespitst op bepaalde situaties, zoals motorrijden in de bergen. Dat noemt met bergtrainingen, maar er zijn ook slipcursussen voor de motor. Een dergelijk cursus is als je vaak motorrijd en zeker als je dit ook buiten het motorseizoen omdoet erg handig en maakt je rijstijl voor met name je zelf en misschien ook je passagier veiliger. Uiteraard ook voor de rest van het verkeer op de weg, maar die hebben vaak alleen blikschade als ze een ongeluk met een motorrijder krijgen.

    Een veilige motor hebben

    Anders dan bij auto’s hoeven motorfietsen niet periodiek gekeurd te worden. De overheid gaat er namelijk vanuit dat niemand op een onveilige motorfiets gaat rondrijden. Het is dan ook een enige zaken, waarbij de wetgever écht vertrouwen heeft in de burger.
    Verder moet je de motor ook perfect kunnen bedienen: dat betekent dat het remhendel en het koppelingshendel meteen voor het grijpen moeten liggen: als je je vingers uitsteekt, moeten ze vanzelf op de hendels komen te liggen. Daarnaast is het een must dat je je motor ook in bedwang kunt houden als je stilstaat.

    Toch kun je het niet vaak genoeg zeggen: onderhoud je motorfiets. Want dat zorgt voor extra veiligheid. Net als de banden deze moeten gewoonweg goed zijn. Zonder goede motorbanden heb je meer kans op een valpartij of een ongeluk. Je kan namelijk uitglijden of tegen een auto of een ander object klappen, omdat je remweg te lang is. De remweg is namelijk heel belangrijk. Hierover later meer. Motorbanden inrijden is misschien wel een van de minst begrepen onderwerpen.

    Opvallen op de motorfiets

    veiligheidsvestAls je een donkere motor, een zwarte helm en een somber pak hebt, dan ben je net zo goed zichtbaar als een zwarte kat in een kolenhok. Zorg ervoor dat er in ieder geval iets aan je motor en jou opvalt. Er wordt de laatste jaren steeds meer aandacht besteedt aan opvallen. Zo zie je dat steeds meer motorrijders dit extra belangrijk vinden en meestal een geel veiligheidsvestje dragen. Deze zijn ook absoluut niet duur. Je hoeft echter niet als een kaketoe op jee motor te zitten, het oog wil ook wat, maar het is meer dan wijs om veiligheid belangrijker te vinden dan een puur modieuze outfit waar behaarde polsen stoer bij afsteken.

    Rijd altijd met je dimlicht aan. Je hebt er zelf geen last van, maar ook tegenliggers zullen dit niet lastig vinden. Je valt alleen wat meer op wat zelfs als prettig ervaren wordt door de gemiddelde weggebruiker. Merkwaardig genoeg rijden hele volksstammen nog steeds met gedoofde verlichting rond. Waarom in hemelsnaam?

    Je valt ook op door een goede plaats op de weg te kiezen. Je kunt als stelregel nemen dat je op dezelfde plek rijdt waar een automobilist achter het stuur zit: net iets links van het midden van je eigen weghelft. Nog even over die plaats op de weg, bewaar altijd voldoende afstand. Het lijkt vaak overdreven om hele stukken achter iemand te rijden, maar reken voor de grap maar eens mee: als je 80 rijdt, leg je per seconde 22 meter af. De gemiddelde reactietijd is ongeveer driekwart seconde. Je bent dan al 17 meter verder en dan heb je nog helemaal niets gedaan. Tel daar je remweg bij op, doe er voor de zekerheid nog een paar meter bij, tel alles op en dan heb je de veilige afstand bij 80 kilometer per uur. Een meter of 75 dus. Uiteraard heeft een voertuig voor je ook ongeveer dezelfde remweg. Auto’s hebben overigens wel een kortere remweg, maar dat ter zijde. Neem dus altijd genoeg afstand. Dit is beter voor je eigen veiligheid. Als je weer gaat rijden denk dan eens na over hoeveel afstand je zelf neemt en pas deze aan als die erg kort is. Het maakt in feite ook weinig uit. Of je nu dicht op een voertuig rijdt of op een afstand. Als het voertuig voor je te langzaam is haal je hem gewoon in anders die afstand onthouden.

    Motorrijden met een passagier

    Als je een passagier meeneemt dan hoef je hem of haar niet uitgebreid in te lichten over meehangen en dergelijk, maar het is wel verstandig om tenminste even aan te geven hoe iemand het beste kan gaan zitten en hoe hij of zij de kleding goed toepast. Vooral de helm zit bij een vaak onervaren medepassagier niet goed vast. Let op dat de helm goed past en het bandje ook goed vastzit. Als je een langere rit gaat maken en de helm is te groot dan is het misschien verstandig om een tientje of 5 uit te geven voor een goed passende helm. Zelf in bouwmarkten, zaols de gamma kun je motorspullen krijgen op vandaag de dag en die zijn meestal niet te duur. Je veiligheid gaat voor je portemonnee veel mensen zeggen achteraf ook vaker had ik maar dit of dat aangeschaft dan had ik nu niet…

    vrouw op een motor

    Wat betreft bochten rijden zeg je gewoon tegen de passagier dat die bij een linkerbocht over je linkerschouder moet kijken en bij een rechter bocht uiteraard over de rechterschouder. Dat is eigenlijk alles. Zorg er wel voor dat je met zijn tweeën een eenheid bent: schuif dus lekker dicht tegen elkaar aan. Als iemand voor het eerst achterop stapt, dan zal hij of zij dat best spannend vinden. Jaag hem of haar de stuipen niet op het lijf, maar doe het vooral in het begin rustig aan, zodat de ander achterop kan wennen.

    Wat zijn de meest gevaarlijke situaties

    In deze paragraaf gaan we in op de gevaarlijke situaties waarin je terecht kunt komen als motorrijder.

    Kruisingen

    Het is de moeite waard om even wat cijfers te geven: ruim veertig procent van de motorongelukken gebeurt op een kruising. In drie van de vier gevallen heeft de motorrijder geen schuld, maar heeft de tegenpartij de motorrijder niet gezien of dacht deze dat het een brommer was. Nu denk je misschien dat je zelf toch niks aan je veiligheid op kruisingen kunt doen, maar niets is minder waar. Ga er nooit van uit dat een automobilist je gezien heeft, kijk of hij je gezien heeft. Wantrouw automobilisten die laat remmen, of hun onderlip tegen de voorruit drukken en het hoofd vliegensvlug van links naar rechts schudden. Laat het gas dan maar vast los en maak je op voor een spannende rempartij. Geef zelf op kruisingen duidelijk aan wat je gaat doen. Als je van richting of rijbaan verandert, gebruik dan altijd je richtingaanwijzers. En nog belangrijker: controleer of je de richtingaanwijzers niet per ongeluk aan hebt laten staan. Automobilisten wachten maar zelden af of je je afsla-belofte ook waar maakt. Probeer ook steeds in te schatten wat een andere weggebruiker gaat doen. Die vent met dat kapotte remlichtglas, is zijn knipperlicht ook stuk en slaat hij straks vlak voor je neus linksaf?

     

    Slecht weer op de motor

    Slecht weer maakt veilig rijden op zijn minst drie keer zo lastig. Jij ziet minder, de anderen zien minder en de weg is een stuk gladder. Houd daarom goed rekening met dat slechte zicht, bewaar echt extra afstand en rijd minder snel. Op snelwegen heb je van die rijsporen van auto’s, waar een flinke laag water in kan staan. Rijd daar liever niet doorheen, kies het ‘droge’ middenstuk van de rijstrook. Als je namelijk te hard door zo’n waterbaan heen rijdt, kan je gaan ‘aquaplanen’. Dat klinkt heel erg lollig en frivool, maar het betekent dat de banden het water niet meer weg kunnen werken, waardoor je op een waterlaagje voortglijdt. Blijf in zo’n geval kalm, trek de koppeling in, ga vooral niet sturen en niet remmen en wacht tot je weer grip hebt. Dan een paar keer diep
    ademhalen en rustig doorrijden.

    regen tegen een ruit

    Wegsignalering op de weg

    Witte strepen zijn van zichzelf al vrij glad, maar met nattigheid zijn ze gewoon enorm glibberig. Hetzelfde geldt voor putdeksels, tramrails en zebrapaden. Probeer er niet overheen te rijden. Als dat niet kan, kies dan het smalste stukje, rijd er zo rechtop mogelijk overheen en wacht met sturen en remmen tot je er voorbij bent.

    Op de snelweg rijden

    Als motorrijder heb je vaak het grote voordeel dat je over personenauto’s heen kunt kijken Remlichten zie je veel eerder oplichten en je kunt files zien aankomen. Maak gebruik van dat voordeel door de goede plaats op de weg in te nemen. Dat is ook meteen de plek waar ze jou het beste kunnen zien. Bestel- en terreinwagens zijn te hoog om vooruit te spieken: haal ze in of neem extra afstand. Automobilisten hebben nog weleens de neiging om op je nummerplaat te gaan zitten: dat is gevaarlijk en voelt vaak ook heel bedreigend aan. Laat ze er maar langs zodra dat kan. Als je geen ruimte hebt om naar rechts te gaan, dan kun je even je rem aanraken. Een andere methode die goed werkt is een handgebaar, waarbij je de middelvinger niet nodig hebt. Steek je linkerhand omhoog en houd je duim en wijsvinger een stukje van elkaar om aan te geven hoe dicht hij op je zit. Daar gaat een hele illustratieve werking van uit.

    De vluchtstrook gebruiken

    Wanneer ie onverhoopt pech krijgt of je regenpak wilt aantrekken, ga dan verstandig met de vluchtstrook om. Zet je motor zoveel mogelijk rechts en ga zelf in de berm of achter de vangrails staan. Niet dat ze je per se willen scheppen, maar je zult maar net die ene vrachtwagenchauffeur tegenkomen die al veertig uur achter het stuur zit, dolgraag naar huis wil en per ongeluk even wegdommelt.

    Files en de filegedragscode motorrijders

    De verleiding om langs een file te rijden is akelig groot. Officieel mag het niet of toch wel? Er is niets over geregeld in de wet. De politie zal je beslist niet bekeuren zolang je het maar met aangepaste snelheid doet. En een aangepaste snelheid betekent stapvoets rijden langs een stilstaande of langzaam rijdende file. Dat betekent ook dat je niet veel sneller moet rijden dan het overige langzaamrijdend-file-verkeer. Als je met 100 km p/u in een file die gemiddeld 30 km p/u rijdt dan kun je niet alleen rekenen op een gevaarlijke situatie, maar wellicht ook een fixe boete. Zodra de file weer echt gaat rijden ongeveer meer dan 40 kilometer per uur kun je maar beter gewoon met de stroom mee gaan. Langs een file rijden is namelijk een ongelofelijk inspannende bezigheid: je komt ogen tekort. Als je een file inhaalt, doe dat dan het liefst helemaal aan de linkerkant. Pas op voor automobilisten die opeens naar links gaan, of die hun portier openen om te kijken hoe lang de file is of om hun asbakje te legen. Kijk ook uit voor glas, stukken metaal en andere zaken, want na een ongeluk vegen ze alle troep namelijk richting vangrail. Voor de goede orde: inhalen via de vluchtstrook mag nooit en te nimmer. De KNMV heeft ook een overzichtje gemaakt met filegedragscodes voor motorrijders. Dat komt een beetje op hetzelfde neer, maar als je mij niet gelooft dan kun je bij hun eens kijken wat zijn erover zeggen.

    Veel automobilisten vinden ook dat de motorrijders gewoon tussen de auto’s moeten blijven rijden, maar dat is niet altijd handig. Zeker niet als ene motorrijder achteraan de file aansluit. Een motorrijder is immers kwetsbaarder als een auto en zal altijd kiezen om verder de file in te rijden.

    De gevaarlijke provinciale weg

    De meesten van on kennen hem wel. De gevaarlijke provinciale weg. Hier wordt en niet te vergeten kan hard gereden worden. Gelukkig is veiligheidsbesef de afgelopen decennia hard gestegen. Als de massa het gevaar beseft dan heeft dat automatisch op iedereen effect in onze samenleving en wordt het onderdeel van onze cultuur.

    Desalniettemin behoren provinciale wegen en B-wegen tot de gevaarlijkste stukken weg die ons land rijk is. Misschien een beetje bevooroordeeld, maar ik zeg het toch gewoon: onze boerende landgenoten dragen een fiks steentje bij aan deze reputatie. Het zijn hele aardige mensen, maar met hun trekkers, platte wagens en andere vehikels houden ze niet altijd voldoende rekening met het overige verkeer. Hier schieten ze opeens uit een zijweggetje, daar staan ze onverwacht stil in een onoverzichtelijke bocht en even verderop valt er een kwak mest van de kar. Natuurlijk zorgen niet alleen landbouwers voor gevaarlijke situaties, dat is onzin. Ook die ene automobilist die rechts de weg op wil draaien en alleen naar links kijkt, terwijl jij net aan het inhalen bent, laat je hart even overslaan. Als je ervan uitgaat dat iedereen op de provinciale weg een boer is, heb je je voorzorgsmaatregelen in ieder geval genomen.

    gevaarlijke bochten in bergen

    Bochten nemen zoals het moet

    Je kunt een bocht op twee manieren nemen: goed en fout. Laten we met de foute manier beginnen. De situatie is elke keer hetzelfde: een leuke rechterbocht op een provinciale weg. Er staan boompjes langs de kant zodat je de bocht niet kunt overzien. Stel je voor, je komt aanrijden en blijft voor de veiligheid zoveel mogelijk rechts rijden. Het is ook sportiever, want de binnenbocht is immers korter dan een buitenbocht. Je rijdt de bocht in en die blijkt opeens een stuk scherper dan je had gedacht, je geeft een ruk aan het stuur en in een reflex grijp ie naar je voorrem. Tegelijk sturen en remmen mag niet, denk je in een fractie van een seconde. Je zet de motor snel rechtop, remt fors bij, bidt dat er niks aankomt en gooit hem weer plat omdat je al een stukje over de middenstreep bent gekomen. Als je uit de bocht komt, rij je krap dertig en je schakelt terug naar z’n twee om weer vaart te maken. De goede manier is de volgende. Begin aan de linkerkant van je eigen helft, want dan kun je, de bocht het beste overzien. Kies een goede versnelling, zodat je niet hoeft terug te schakelen in de bocht. En zorg ervoor dat je remwerk al gedaan hebt. Dan ga je de bocht in, je wacht tot je hem helemaal kun overzien, je gaat naar het midden van je eigen helft (wordt je motor ook nog iets sportiever van) en dan schroef je het gas open. Een bocht naar links zet je in vanaf de rechterkant van je rijhelft, voor de rest werkt het precies hetzelfde. Wees je er overigens van bewust dat als je tegen de streep aan rijdt, de wielen nog wel op je eigen helft zijn, maar dat je zelf boven de andere rijstrook hangt. Dat kan heel vervelend aflopen wanneer een groot voertuig er net weer aan komt rijden.

    bochten

    Remmen, remmen en nog eens remmen

    Zonder remmen geen motorrijder. Dat kan ik je verzekeren. Dat is natuurlijk ook wel duidelijk, maar er zijn nogal wat dingen te zeggen over remmen met de motor.

    De kunst van volop remmen is precies weten waar de grens ligt tussen blokkeren en niet-blokkeren. Die kunst leer je niet uit een boekje, die kun je alleen leren door het veel te doen. De beginselen zijn bekend:

    1. Voorrem aanleggen (licht in-knijpen)
    2. De druk op de voorrem verhogen en de achterrem aanleggen
    3. Druk op beide remmen zonder te blokkeren
    4. Druk op beide remmen afbouwen naarmate de snelheid afneemt.

    Het remmen heeft alles te maken met de gewichtsverplaatsing van de motorfiets. De eerste stap is nodig om het gewicht van de motor te verplaatsen naar het voorwiel. Hoe meer druk op het wiel, hoe minder snel het blokkeert en hoe harder je kunt remmen. Zou je meteen de voorrem vol in-knijpen, dan is het gewicht van de motor nog gelijk verdeeld en dus blokkeert het voorwiel veel sneller. Tijdens de tweede stap verplaatst het gewicht zich nog meer naar voren, waardoor het voorwiel zich vastbijt in het asfalt. De achterrem komt er pas in deze stap bij. Zou je hem eerder gebruiken, dan gaat hij door de gewichtsverplaatsing naar het voorwiel snel blokkeren. In de derde stap gooi je het anker echt uit.

    foto van remschijf

    Remmen in bochten

    Eigenlijk moet je voor het ingaan van een bocht al geremd hebben, maar in noodsituaties of wanneer je je verkeken hebt zit er niks anders op dan toch maar te remmen. In zo’n geval geldt: of sturen of remmen, maar niet allebei tegelijkertijd. Je begint met zo hard mogelijk te remmen, dan leg je de motor schuin om te sturen en dan richt je hem weer op om te remmen. Dus: remmen, sturen, remmen.

    Oefening, oefening en nog eens oefening

    Goed remmen leer je niet uit een boek, je leert het door het veel te doen. Rem daarom altijd volgens het vier-stappenplan. Oefen ook regelmatig in het remmen tijdens noodsituaties. Als je het eng vindt om meteen van die noodstops te maken, bouw het dan gewoon langzaam op. Of nog beter: volg een voortgezette opleiding.

    Een voortgezette rijopleiding volgen

    Zodra je na het afhalen van je rijbewijs voor het eerst op je eigen motor rijdt, voelt alles nog knap onwennig aan. Er gaan een paar weken overheen voor je er net zo vertrouwd mee bent als met je lesmotor. Stap je voor stapje ga je je grenzen verleggen, je durft harder door een bocht en je beheerst je motor steeds beter. Dan is het moment aangebroken om eens over een voortgezette
    rijopleiding te denken. Tijdens zo’n opleiding leer je de motor echt onder controle te houden, hoe je in een noodsituatie een bermvlucht kunt maken enzovoorts. Na zo’n cursus rij je echt een klasse beter motor. De knmv organiseert regelmatig zo’n vro-cursus. Een echte aanrader.

    Je motor beveiligen tegen diefstal

    Dit heeft weinig te maken met de veiligheid van jezelf of anderen, maar met de veiligheid van je motor. Je motor beschermen tegen dieven.

    De meeste motoren roepen een sterke begeerte bij mensen op en dat is de reden dat dieven hun uiterste best doen om die motoren te jatten. Nu hebben de meeste motorfietsen wel een stuurslot. Over het algemeen werken ze bar slecht , maar daar draait een beetje dief zijn hand niet de hand voor om. Je zult zwaardere maatregelen moeten nemen. Je hebt twee mogelijkheden: een slot of een alarmsysteem. De sloten zijn grofweg onder te verdelen in kettingsloten, beugelsloten, schijfremsloten en kabelsloten. Een dief met liefde voor zijn vak krijgt ze allemaal open. Alarmsystemen zijn er vaak voor de gemoedsrust van de eigenaar. Je besteedt een paar honderd euro en voor dat bedrag hoef je niet met sloten te slepen en je machine staat toch veilig geparkeerd. Althans, dat denk je. Want wie vat de dief in de kraag? precies, niemand. Vertrouw daarom nooit alleen op een alarm, maar neem ook een goed slot. Een goed slot is een kettingslot met het ART keurmerk. Het is niet fijn om mee te slepen, maar als je een kettingslot hebt dan kun je je motor in ieder geval vastmaken aan een vast object. Zo verklein je de kans dat je motor wordt gesloten aanzienlijk. Als men het slot niet open krijgt en dat is vaak het geval bij een ART gekeurd slot dan kunnen ze hem ook niet optillen en in een busje laden. Als je weinig opbergruimte hebt kun je kiezen voor een kettingslot met een schijfremslot. Je kunt de ketting dan thuislaten. Dit zou ik echter alleen adviseren als je eventjes een kort rondje gaat maken. Ik zou mijn motor niet lang onbewaakt ergens neerzetten met enkel en alleen hert schijfremslot en al helemaal niet in bepaalde regio’s of op een plek waar bijna niemand komt. Niet dat het vaak voorkomt, maar stel je voor je gaat een boswandeling maken en je neem je motor mee. Je motor staat dan vaak onbewaakt aan de bosrand te kijken. Dat is toch een mooie gelegenheid die je dan creëert voor ene dief. Als je even een ijsje gaat eten midden in de stad en je motor staat 20 meter verderop in het zicht dan is een schijfremslot genoeg.

    Tot slot

    Natuurlijk is het niet mogelijk om alle gevaarlijke situaties te bespreken, dat zijn er eenvoudig teveel! Je maakt er – net als alle motorrijders – gegarandeerd nog een paar mee. Leer van die ervaringen, vergeet ze niet en zorg dat je er voortaan op bedacht bent. Je kunt ze het beste opschrijven en af en toe nog eens overlezen, dat houdt je scherp.

  • Algemeen
  • Welke motorfiets wil ik?

    Je hebt nog geen motorfiets en overweegt er een te kopen. Als je erover denkt om in motorfiets te kopen, vraag jezelf dan goed af wat je er precies me wilt. Als je gewoon van plan bent om af en toe in lekker stuk te rijden en je wilt dat ook nog een beetje smaakvol doen, dan heb je aan een
    custom een goede vriend. Heb je grotere planner, lange tochten en stevige vakanties, dan kun je misschien het best op zoek gaan naar een toermotor, met een kuip en een kofferset.

    Zoek je een motor om lekker hard mee te blazen en de bochten vlijmscherp aan te snijden, dan zou je keus goed op een sportmotor kunnen vallen. Het klinkt nu net alsof je met een custom niet sportief kunt rijden en een sportmotor volstrekt ongeschikt is om mee op vakantie te gaan. Dat is onzin, want alles is relatief.

    sportieve motor

    Wanneer ben je sportief aan het motorrijden

    Sportief rijden is een ontzetten betrekkelijk begrip. Iemand die op een supersportmotor een klaverblad met honderdtwintig berijdt, neemt deze bocht sportief, daar dingen we niets op af. Maar de durfal die op een Russische Dnepr met surrogaaat-rubberen banden het klaverblad met tachtig weet te ronden, levert een supersportieve prestatie. Er is weliswaar een groot verschil in snelheid, maar beide coureurs rijden zonder meer sportief. Het hangt er maar van af met wat voor soort handicap je rijdt. Je kunt dus met alle type motoren sportief rijden. De ene motor is meer gemaakt voor snel en sportief rijden dan de anderen, maar het kan op alle motoren. Wil je toeren dan is een custom of chopper misschien de beste keuze. Wil je hard en sportief rijden dan kun je misschien beter kiezen voor een Yamaha R1. Ik noem maar wat, maar je weet wel wat ik bedoel.

    Wil je op vakantie met de motor?

    Op veel campings is het levende bewijs te zien van het feit dat je op elke motor alles mee kunt nemen. Je zit voor je tent en daar in de verte komt een Mad-Max-achtig gedrocht aanrijden. Verrek, denk je dan, een motorfiets! Die motor blijkt dan met acht grote vuilniszakken vol bagage en de hulp van zestien spinnen volledig te zijn ingepakt. Op het voorspatbord zitten de slaapzakken tussen de vorkpoten ingeklemd. Een lel van een tanktas onttrekt dan de rest van de motor aan
    het zicht en achter de nummerplaat bungelt een bus olie. Inderdaad is dat geen gezicht, maar het brengt ons wel op een bemoedigende gedachte. Het laat namelijk zien dat je ook met uiterst
    beperkte middelen en een dosis vindingrijkheid prima op vakantie kunt. En als je nu maar één keer met de motor op vakantie wilt en daarna nooit meer, dan zit je voor het geld van een kofferset toevallig wel elke avond een malse tournedos te eten. En dat scheelt weer flink in de bagage, want je kunt je kook spullen thuis laten!

    camping

    Je kunt het zo gek maken als je wilt. Ben je iemand die echt met een motor op vakantie wil en dan ook met de nodige luxe dan is het verstandig om te kijken naar een motor die veel opbergruimte heeft of waar je deze gemakkelijk op kunt creëren. Vind je een honda goldwing een toffe motor en wil je met de motor op vakantie dan is dit een uitstekende motor voor jou. Veel standaard koffers met enorm veel ruimte. En als dat niet genoeg is kun je er ook nog een aanhangertje achter hangen. Dan neem je bijna net zoveel mee als een auto met caravan. Dat is overdreven natuurlijk, maar je snapt wel waar ik op doel.

    Uit bovenstaande verhaal over “het gedrocht” begrijp je al dat als je wilt je met elke motor op vakantie kan gaan. Het is ook maar hoe inventief je bent en hoe snel je tevreden bent. Als je alles bij je wil hebben dan wordt het lastig, maar als je niet veel mee wil nemen kun je ook je planning erop aanpassen. I.p.v. in een tent op een camping ga je dan gewoon in een hotel. En omdat het duurder is dan een camping zoek je de goedkoopste op internet op en je gaat i.p.v 2 weken, maar een week. Je neemt zelf geen etenswaar mee, want die koop je wel bij de lokale supermarkt. Je snapt wel wat ik bedoel. Pas je plannen aan aan je motor en je kunt met elke motor op vakantie.

    Op vandaag de dag zijn er zoveel verschillende soorten bagagesystemen dat je zelfs met de meeste fragiele kleine motorfiets toch nog een hoop mee kunt nemen. Misschien ziet het er allemaal niet zo mooi uit, maar moet dat dan? Het gaat toch om jouw vakantie met de motor. Niet hoe anderen op je reageren, toch? Misschien vind je dat wel belangrijk en heb je weer een reden gevonden om toch te kiezen voor een motor die gemakkelijker is om mee op vakantie te gaan.

    Dus laat je niet afschrikken om een motor te kopen die niet geheel geschikt is voor op vakantie. Het is maar net wat je van plan bent, welk bagagesysteem je aanschaft en hoe je de vakantie plant.

    Verder is het ook belangrijk dat je weet welke bagagesystemen er zijn en hoe je bagage op je motor plaatst.

    Als laatste en misschien wel het meest belangrijke is het de staat van de motor. Die moet namelijk tip top zijn als je op vakantie gaat zeker de draaiende delen en al helemaal de slijtage onderhevige delen, zoals de banden. Banden moeten goed zijn! Punt! Je gaat niet op reis met slechte banden! Als je een motor koopt voor op vakantie dan moet je deze eerst goed bekijken, althans als je een tweedehands motor koopt. Zijn ze niet goed dan zul je toch nieuwe moeten kopen. Wil je meer informatie hierover lees dan motorbanden informatie. Hier vind je alle informatie over motorbanden die je als motorrijder nodig hebt, zoals het beoordelen of de banden nog goed zijn en het inrijden van nieuwe banden.

    honda goldwing vs harley-davidson

    Dezelfde als de lesmotor

    Als beginnende motor rijder wil je misschien een motor kopen die sterk op je lesmotor lijkt. Logisch, want door ben je aan gewend en het ding reed immers prima. Toch doe je er goed aan om ook andere motoren te overwegen. Want het is enorm jammer als na verloop van blijkt dat die ‘lesmotor’ je toch niet zo goed bevalt. Dan wil je waarschijnlijk een andere en zo’n ruilactie kost altijd een boel geld. Vraag je dus eerst goed af wat je met je motor wilt en neem alle tijd om je te oriënteren naar de voor jouw geschikte motorfiets! Het is niets anders dan onderzoek doen naar motorfietsen. Op deze website kun je meer tips vinden hoe je geschikte motorfiets kiest.

    Als je je goed oriënteert kun je ook een betere keuze maken. Vraag ook mensen wat ze van bepaalde motorfietsen vinden. Misschien ontdek je ook wel dingen waarvan jij vind dat ze belangrijk zijn.

    waarschuwingsbordjes

    Uiteindelijk kun je niet meer doen dan onderzoek. Je kunt ook op motorfietsen rijden, maar echt weten of de motor die je koopt ook de motor voor jou is kun je pas zeggen als enkele duizenden kilometers hebt gereden. Vaak moet je ook nog wennen aan de motor. Ook kun je als beginneling nog niet goed oordelen over wat jij fijn vindt rijden. Dat komt allemaal later pas. Een nieuwe motor is hetzelfde als een nieuwe bank. In de meubelzaak ga je erop zitten en liggen en je denkt dat die perfect is, maar eenmaal enkele weken thuis merk je pas hoe lekker of juist niet lekker hij zit of ligt.

    Uiteindelijk moet je hopen dat je voor jou de perfecte motor koopt. In ieder geval voor de eerste jaren, totdat je weer toe bent aan een nieuwe. De tweede motor gaat altijd gemakkelijk.

  • Motorrijden
  • Wanneer is een band van de motor te kaal?

    banden sporen op asfalt

    Deze vraag zullen veel mensen zich afvragen. Wanneer is de band te kaal om nog veilig te kunnen rijden? En dan vooral op een nat wegdek?

    Voordat we gaan kijken wanneer dat punt bereikt is gaan we het eerst even hebben over hoelang het duurt voordat je op het punt komt dat een motorband verwisseld dient te worden.

    De levensduur van een band is afhankelijk van verschillende factoren:

    • Aantal kilometer
    • Rijstijl
    • Weersomstandigheden
    • De kwaliteit van de samenstelling (compound) van de band
    • Stalling binnen of buiten
    • Manier van stallen
    • Bandendruk
    • Verkeerde montage (Zaagtandslijtage ook wel gecupte banden genoemd)

    Deze bovenstaande factoren bepalen hoe snel de slijtage plaatsvindt. Het is dus lastig te zeggen hoelang je doet met een band.

    Achterband vs voorband

    Een achterband gaat over het algemeen minder lang mee dan een voorband. Toch moet ook de voorband regelmatig worden gecontroleerd op scheurtjes en andere beschadigingen. Zeker omdat de band er vaak veel langer op ligt dan de achterband. De voorband wordt vaak te lang gebruikt. Ook vanwege kostenbesparing wordt er vaak gegokt dat de band nog goed is. Soms laten mensen de band van voor naar achteren leggen. Dit is overigens niet echt een goed idee. De voorband kan namelijk niet zichtbare schade hebben. Vervang elke band altijd met een nieuwe.

    Kilometers en rijstijl

    Als je veel hetzelfde rijdt dan slijt de band ook harder. Zo kan het zijn dat je veel rechte stukken rijdt, waardoor je een vierkante band krijgt. Zolang het profiel goed genoeg is maakt het niet veel uit. Het enige probleem is dat je dan lastiger bochten kunt nemen. Dit komt de rijcomfort niet ten goede. Anderzijds als je extreem veel bochten neemt in zeer korte tijd dan is het mogelijk dat door de wrijving en daaruit voortkomende hitte het rubber gaat ophopen aan de zijkant van de band. Als dit het geval is moet je wel gaan opletten, omdat deze van de band daarna minder goed grip hebben. Dit gebeurt meestal bij het circuit rijden en dan op hete dagen.

    Circuitbanden hebben de meeste race-fanaten wel eens van gehoord. Dit is een term voor banden die aan een zijde slijtage hebben. Dit kan de linker of de rechterzijde zijn. Meestal gebeurt dit op een circuit waar veel bochten naar rechts gaan.

    Veel mensen denken niet echt goed na over bandenslijtage, maar het is toch wel erg belangrijk om je hiermee bezig te houden. Met name voor de veiligheid, rijcomfort en zeker niet te vergeten je portemonnee.

    Overmatig bandenslijtage voorkomen doe je door je rijstijl enigszins aan te passen. Niet te hard accelereren (spinnend achterwiel) en de banden niet te heet laten worden. Hoe heter ze worden des te sneller slijten ze. De meest gemakkelijke tip om je banden te sparen is om de bandendruk goed te houden. Dit weet iedereen, maar ben eens eerlijk controleer jij de spanning vaak genoeg? Een andere tip dit veel mensen kennen: stal je motor tijdens de winter zo dat de banden de grond niet raken, zo voorkom je karkasvervorming. Voor meer informatie over bandenverzorging kun op de website van continental terecht.

    Maar hoe kan ik nu zien dat hij de kaal is?

    Officieel is een band te kaal als de slijtage index is bereikt. Er is wel wat meer te zeggen hierover. Als de slijtage index is bereikt en de band dus officieel te weinig profiel heeft dan is het gevaarlijk om met nat weer te rijden. Maar als het erg droog is dan is het uiteraard nog wel te doen. Zoals je ook kon lezen is het niet alleen belangrijk om te kijken of een band kaal is, maar ook of deze beschadigd of vervormd is, Een beschadigde band kan namelijk zorgen voor oncomfortabel rijden, maar ook voor een veel gevaarlijkere situatie en dat is een klapband. Een vervormde band is vaak ook zwakker geworden en kan ook klappen, maar hier is meestal het rijcomfort in het geding.

    Het is dus belangrijk om je banden goed te onderhouden en vooral ook te controleren. Wacht nooit te lang met het vervangen van je banden. Als je er niet zeker over bent vraag dan hulp bij het beoordelen aan een deskundige bij de motorzaak.

    Als je meer wil weten over banden lees dan motorbanden informatie. Hier vind je veel meer informatie, zoals welke motorbanden het meeste geschikt zijn voor jouw motor, technische informatie en hoeveel kilometers je moet rijden, voordat het nieuwe ervan af is en ze optimaal zijn voor op de weg.

    Als je vragen hebt schroom dan niet om contact op te nemen.

    Ga terug naar de homepage als meer wil weten over motorrijden en de Honda VFR.

  • Algemeen
  • Introductie

    bob vroegerDe website is bijna af. Alleen de pagina’s nog even. Eigenlijk is dat best nog wel veel, maar wij mensen zijn vaak optimistisch en denken dat doe ik wel even. In feite een goede instelling, maar ja dat maakt veel dingen niet echt realistisch. De pagina’s kunnen op zich wel even op zich laten wachten, maar moet toch wel binnen een bepaalde tijd gebeuren. Lezers vinden het niet erg leuk als ze ergens op klikken en komen dan op een lege pagina terecht. Zelf vind ik dat ook, maar ja als je in opbouw bent dan zijn dit soort dingen onvermijdelijk. Hoe dan ook zal ik wel beginnen met bloggen. Ik hoop dat je hier in ieder geval veel lees plezier uithaalt.

    Waarom ik deze blog “on the line” heb gegooid? Nou simpel ik schrijf graag (al is dat niet de beste vaardigheid die ik bezit). Links en rechts maak ik ook schrijffouten, maar ja dat moet je als lezer dan maar voor lief nemen of ander opzouten! Nee grapje hoor. Ik zou het leuke vinden als je mijn blog leest. Een ander ding wat een zeer grote rol speelt om dit blog tot leven te roepen: is mijn voorliefde voor motorfietsen en dan met name mijn honda vfr. Deze motor rij & onderhoud ik al jaren. Gewoon omdat ik de motor liefheb! Ja liefheb!!!! Wat ik in deze alinea schrijf kun je natuurlijk ook op de over mijn vfr pagina lezen. Althans het komt in grote lijnen op hetzelfde neer.

    Ik heb onderhoud onderstreept en nu ook in deze zin dikgedrukt, omdat dit juist een onderdeel is dat voor sommige rijders, zoals ik een leuk onderdeel van de hobby is. En dan met name het zelf doen onderhouden van de motor. Anderen doen dit weer omdat het geld bespaard. Degene die genoeg poen heeft en er zelf geen zin in heeft laat dit door de motorzaak doen. Dus diegene kan artikelen binnen de categorie motortechniek beter mijden. Over dit onderdeel zal ik dan ook vaker artikelen plaatsen. Dit kan van simpele algemene tips tot uitgebreide beschrijvingen van bepaalde handelingen binnen de motortechniek gaan. Voor mij is het plaatsen van een simpele accessoire op mijn fiets ook onderhoud. Dus wat dat betreft wordt er in de breedste zin van het woord geschreven.

    Mijn naam is Bob Pluijmen en ik verwelkom je op mijn website. Als je meer over mij wil weten lees dan over mijn vfr.

    Mogelijkerwijs schrijft er ook af en toe een vriend of vriendin van me op dit blog. Dus als je mij moe bent dan hoop ik dat ik dan net weer vriend heb gevonden die een artikel geplaatst heeft dat jou interesse in dit blog aanwakkert.

    handtekening bob pluijmen